Wat is yoga?

Inleiding

In de oosterse filosofie wordt gezegd dat de mens is vergeten waarom hij hier is. Met alle indrukken die van buitenaf op ons afkomen, zijn we het contact met onze schepper kwijtgeraakt, en daarmee ook onszelf. Alle antwoorden bevinden zich in ons, maar dat vraagt ongelofelijk veel discipline en inzet om die uit het oog verloren geschenken, die ons geboorterecht zijn, weer terug te vinden. Velen van ons zijn het vermogen om dingen aan te voelen kwijtgeraakt en wenden zich tot anderen voor begrip en zingeving, terwijl de antwoorden zich diep in ons bevinden. We zijn allemaal onderdeel van onze goddelijke schepper en de schepping zelf en wanneer we die goddelijke verbinding aanvaarden, hebben we ons op het pad van verlichting begeven. Yoga biedt ons de mogelijkheid deze verbinding te ervaren. Deze realisatie gaat gepaard met een onverwoestbaar vertrouwen. Dit is Zelfverwerkelijking.

Hoewel yoga oorspronkelijk uit het oude India komt, zijn de methoden en doelstellingen van yoga universeel. Ze zijn afhankelijk van de persoon en niet van een bepaalde achtergrond, cultuur, geloof of godheid. Yoga is een allesomvattende levenswetenschap, waarvan de oorsprong ligt in India, vele duizenden jaren geleden. Yoga is het oudste systeem van persoonlijke ontwikkeling in de wereld, en het omvat zowel lichaam als geest als ziel. Yoga is een samenspel van het bewustzijn van het individu en het algemene bewustzijn. De Oude Yogi's of Zieners hadden een diepgaande kennis van de essentiële aard van de mens, en van wat de mens nodig heeft om in harmonie te kunnen leven met zichzelf en met zijn omgeving. Zij zagen het fysieke lichaam als een voertuig, met de geest als zijn bestuurder, de ziel als de ware identiteit van de mens, en actie, emotie en intelligentie als de drie krachten die het lichaam/voertuig drijven. Om deze drie krachten volledig te integreren moeten ze in balans zijn. Rekening houdend met de relatie tussen lichaam en geest, formuleerde de Yogi's een unieke methode om deze balans te behouden - een methode die alle bewegingen die nodig zijn voor een fysieke gezondheid combineert met de Ademhalingstechnieken en Meditatietechnieken die garant staan voor de gemoedsrust.


Geschiedenis

Er is verrassend weinig bekend over de geschiedenis van yoga. Ondanks het feit dat menig geleerde Yoga al bestudeerd heeft, zijn er nog velen hiaten.

Oorsprong van Yoga

Hoewel Yoga gehuld is in mysterie, is er bewijs dat erop wijst dat de Yoga traditie al minstens 5000 jaar bestaat, sinds de opkomst van de beschaving. Het eerste archeologische bewijs van het bestaan van Yoga zijn stenen zegels opgegraven in de Indus Vallei; op deze zegels staan afbeeldingen van figuren in Yoga houdingen. Deze artefacten plaatsen Yoga definitief in de geschiedenisboeken, zo rond 3000 voor Christus. Tevens linken deze artefacten Yoga met de grote Indus-Sarasvati beschaving. De Indus-Sarasvati beschaving was de grootste beschaving in de oudheid, en was buitengewoon vooruitstrevend voor haar tijd. Vernoemd naar de twee rivieren die door India stroomden, de Indus-Sarasvati was een maritieme maatschappij; ze exporteerden goederen door het gehele Midden-Oosten en naar Afrika. Ze bouwden gebouwen met meerdere verdiepingen, een rioleringssysteem, en ze legden stenen wegen.

Beknopt historisch overzicht van Yoga

Men kan in de geschiedenis van de yoga ruwweg drie periodes onderscheiden, nl. een pre-klassieke, een klassieke en een post-klassieke periode. De yogatraditie zou zijn ontstaan zijn uit de sramanistische tradities uit neo-litische pre-vedische tijdperk (6500-4500 voor Christus)[1]. Archeologische vondsten uit de Indus-vallei, stenen zegels met afbeeldingen van figuren in Yoga-houdingen duiden erop dat de yogatraditie al minstens 5000 jaar oud is.

In de belangrijkste geschriften van het hindoeïsme neemt yoga steeds een belangrijke plaats in. De veda's bevatten de oudste yogische beginselen. Voortbouwend op de oude overlevering ligt hierin sterk de nadruk op het meditatieve aspect in combinatie met een ritualistisch karakter. Deze beginselen worden verder uitgewerkt in de upanishaden. Hierin wordt sterk de nadruk gelegd op de innerlijke ontwikkeling en hieruit evolueerde een grote verscheidenheid aan praktijken die zich elk tot eigen tradities ontwikkelden waaruit weer nieuwe stromingen konden ontstaan.[2] Dat is trouwens een fenomeen dat de hele ontwikkeling van yoga kenmerkt. Yoga is ook in de epische geschriften te vinden. Zo staat in de Bhagavad Gita yoga centraal. In dit werk worden verschillende tradities verenigd.

De periode van de klassieke yoga breekt aan rond het begin van onze tijdrekening. De (klassieke) yoga wordt, hoewel ze een veel ouder en zeer verscheiden fenomeen is, vaak geïdentificeerd met de leer en het werk van Patanjali. Men weet niet precies wanneer Patanjali precies heeft geleefd maar de tekst moet reeds voor de eerste eeuw voor Christus zijn ontstaan. De toevoegingen door Patanjali zijn jonger (tot de derde eeuw na Christus). Patanjali heeft gezorgd voor een standaardisering van yoga. Anders dan de pre-klassieke yoga kenmerkt de leer van Patanjali zich door een sterk dualisme van ziel en materie.

De postklassieke periode die ongeveer rond het jaar 500 van onze tijdrekening aanvangt kenmerkt zich door de sterke bloei van tal van verschillende stromingen waarbij tantra een erg belangrijk fenomeen is en door de voortschrijdende verspreiding van yoga in Azië en later ook steeds meer in het westen. De yoga uit de post-klassieke periode kenmerkt zich zoals deze uit de pre-klassieke periode door een niet-dualistische werkelijkheidsbeschouwing.

[1] V. Worthington, A History of Yoga, London, Arkana, 1982, p. 11
[2] G. Feuerstein, The Yoga Tradition, p. 27


Yoga-wegen

Yoga verwijst zowel naar het doel ervan als naar de verschillende tradities en systemen om dat doel te bereiken. Er is dus een veelheid aan yogapaden die men kan bewandelen en vaak kunnen ze grondig verschillen zowel wat betreft het theoretisch kader, als wat betreft de praktische beoefening. Ze hebben alle gemeen dat men transcendentie wil bereiken. Het verschil zit in de manier waarop men dat doet en hoe men dit in ideeën vertaalt. In historisch opzicht is het klassieke systeem van Patanjali, dat kan gelijkgeschakeld worden met raja-yoga, dus het meest bekende maar wat het hindoeïsme betreft is dit maar één van de zes vormen die een prominente plaats hebben ingenomen, nl. raja-yoga, hatha-yoga, jnana-yoga, bhakti-yoga, karma-yoga en mantra-yoga. Nog twee andere vormen moeten worden vermeld, nl. laya-yoga en kundalini-yoga die nauw verwant zijn aan hatha-yoga en ook onder tantra-yoga kunnen vallen. De integrale yoga is een recent fenomeen dat, voortbouwend op de tradities, een synthese tracht te bewerkstelligen Naast het hindoeïsme hebben ook het jainisme, het boeddhisme en het sikhisme hun eigen tradities.

Hoewel yoga een van oorsprong hindoeïstisch fenomeen is, is het een erg belangrijke component van het boeddhisme waarbij het meditatieve aspect erg sterk wordt beklemtoond. De ontwikkeling van yoga hangt nauw samen met de verschillende scholen van het boeddhisme waardoor ook binnen het boeddhisme nieuwe vormen ontstaan. Ook In het jainisme speelt yoga een erg belangrijke rol. Er wordt sterk de nadruk gelegd op het ascetische aspect bij het beoefenen van yoga. Hoewel in het sikhisme elementen van de bhakti-yoga zijn opgenomen beschouwen de meeste sikhs in Azië yoga niet als een wezenlijke component van hun religie dit in tegenstelling met heel wat Sikhs die zich verspreid hebben in het westen en yoga wel als religieuze praktijk hebben opgenomen[2].

Yoga is een fenomeen dat zich kenmerkt door een enorme verscheidenheid en een geschiedenis kent die duizenden jaren oud is. Het is niet eenvoudig om yoga in een kort te beschrijven haar verschijningsvormen zijn heel verscheiden, haar geschiedenis is duizenden jaren oud en haar innerlijke dynamiek voedt haar ontwikkeling waaraan geen einde lijkt te komen. Waarschijnlijk kan men het wezen en het doel van yoga uiteindelijk slechts op één manier echt vatten, nl. door de beoefening ervan.

Raja Yoga

Raya-yoga is de ‘koninklijke' of klassieke yoga. Ze stamt uit het systeem van Patanjali en is waarschijnlijk ontstaan in de vroegste eeuwen van onze jaartelling en werd in de volgend eeuwen zeer populair[1]. De technieken zijn, net zoals bij mantra-, laya- en hatha-yoga, gericht op ademhaling, houding, meditatie en extase met als doel de geest te zuiveren en te vervolmaken en via de geest het lichaam te beïnvloeden. Het woord koninklijk zou verwijzen naar het feit dat deze yoga enkel bestemd is voor degenen die werkelijk in staat zijn de geest te vervolmaken maar het kan ook verwijzen naar het feit dat de yoga van Patanjali vooral door koningen werd beoefend of naar de ultieme koning, nl. Het transcendentale Zelf. Het is vanaf haar ontstaan een zeer invloedrijke yogatraditie geweest en ze wordt beschouwd als de hoge weg van meditatie.

Hatha Yoga

Hatha-yoga is de "zon-maan-yoga" of yoga van de kracht en ze is een latere ontwikkeling dan de raya-yoga. Zon en maan duiden op het tot harmonie brengen van de mannelijke en vrouwelijke, positieve en negatieve stroming van de ademhaling. De beheersing van de ademhaling is de kern van deze yoga. Deze vorm wil het lichaam reinigen en vervolmaken en via het lichaam de geest beïnvloeden. Het is een zeer praktische vorm van yoga en het is deze vorm van yoga die in het westen het meest bekend is en het meest beoefend wordt. De lotushouding (de zittende houding met gekruiste benen waarbij de voeten op de dijbenen rusten) en de kopstand zijn enkele lichaamshoudingen (asana's) uit de hatha-yoga. Deze yoga heeft een bijzonder gunstige uitwerking op lichaam en geest maar wordt in het westen vaak uit haar spirituele context geplaatst. Hatha-yoga wordt vaak beschouwd als de voorbereiding op de raja-yoga.

Jnana Yoga

Jnana-yoga: jnana betekent kennis, inzicht of wijsheid. Deze traditie is vrijwel identiek aan de spirituele weg van de Vedanta, de hindoeïstische traditie van het non-dualisme. Deze yoga richt zich als oefening in inzichtelijke wijsheid d.m.v. studie en meditatie op de verwerkelijking van het Zelf door de Werkelijkheid van het onechte te onderscheiden.

Bhakti Yoga

Bhakti-yoga: bhakti verwijst naar liefde en toewijding. Het is de yoga van duidelijk gerichte liefde op, toewijding aan en verering van de goddelijke Persoon of godheid, zoals bijvoorbeeld Krishna. Riten en lofzangen spelen een belangrijke rol. De vroegste aanduidingen van deze traditie zijn in de vedische hymnen te vinden.

Karma Yoga

Karma-yoga. Karma kan handeling, taak, product, effect betekenen. Deze vorm is de yoga van het belangeloze handelen en de dienstbaarheid zonder zich te focussen op het resultaat en met bijzondere aandacht voor de intentie van waaruit men handelt. In karma-yoga streeft men naar vrijheid van handelen waarmee bedoeld wordt dat alle egocentrische motivaties uitgezuiverd zijn. In de Bhagavad-Gita is in het onderricht van Krishna aan Arjuna de verwoording van dit ideaal weergegeven. Het uiteindelijke doel is de ziel van alle karmisch belastend residu te bevrijden en zo het Zelf te verwerkelijken. Mahatma Gandhi is in de recente geschiedenis hét voorbeeld van een karma-yogi.

Mantra Yoga

Mantra-yoga tracht het bewustzijn meditatief te beïnvloeden en te transformeren door het uiten en herhalen van bepaalde klanken, woorden of zinnen. De hymnes uit de veda's worden traditioneel beschouwd als mantra's. De ritmische herhaling van een mantra wordt japa genoemd. De belangrijkste klank in het (vedische) rituele herhalen van klanken is ‘om', de kosmische oerklank. Dit foneem vindt men ook terug in het boeddhistische tantrisme, nl. in de Tibetaanse formule om mani padme hum (om, juweel in de lotus, hum). Bij deze yoga speelt de initiatie een belangrijke rol om de ware betekenis en transformerende kracht van de klanken en woorden te kunnen vatten en zelf te kunnen uitdragen maar ook het rituele aspect is erg belangrijk. Deze yoga vereist net zoveel toewijding en inspanning als de andere tradities.

Laya Yoga

Laya-yoga of kundalini-yoga. Laya betekent absorptie of ontbinding. Door intensieve contemplatie tracht men het innerlijke universum geleidelijk te ontmantelen of (te absorberen in de concentratie van het bewustzijn) totdat uiteindelijk enkel het transcendentale Zelf overblijft. Er worden technieken uit de tantrische en de hatha-yoga aangewend. Een centrale rol in deze yoga is de kundalini-energie, de bovennatuurlijke kracht van het zenuwstelsel die door bepaalde technieken wordt geactiveerd en symbolische wordt voorgesteld als een slang die opgerold ligt onderin de ruggengraat. Zij wordt vrijgemaakt en beweegt zich langs de verschillende chakra's, de energiecentra omhoog tot zij de kruin bereikt. Zo bereikt men intuïtieve verlichting.

Tantra Yoga

Tantra-yoga is te situeren binnen de tantra, een belangrijk verschijnsel in zowel de boeddhistische traditie als in het hindoeïsme dat rond het jaar 500 van onze tijdrekening heel wat invloed kreeg maar waarvan de oorsprong veel ouder is. Tantra-yoga wordt vaak gelijkgeschakeld met kundalini-yoga maar in feite vallen de verschillende yoga's die gebruik maken van lichaamstechnieken onder de term tantra-yoga. Tantra is een traditie op zich met een eerder behoudsgezinde en een eerdere liberale tak maar in beide richtingen speelt de seksuele energie een belangrijke rol. Zij staat echter steeds in het teken van het streven naar verlichting.

Integrale Yoga

Integrale yoga of purna-yoga: met deze vorm van yoga waarvan Sri Aurobindo een zeer belangrijke vertegenwoordiger is treedt de yoga een nieuw tijdperk binnen. Met veel aandacht voor de overgeleverde tradities wordt in deze school een poging gedaan om yoga te herformuleren met het oog op de noden en mogelijkheden van de moderne (verwesterde) wereld. De traditionele scholen van de yoga kenmerken zich door verticalisme: het zijn wegen naar het Transcendente dat in zekere zin los staat van de materiële wereld. De materiële wereld komt zo min of meer tegenover het Absolute te staan en kan zelfs als negatief worden ervaren. Integrale yoga wil daarentegen het goddelijke bewustzijn in het menselijke lichaam en in het gewone integreren. Belangrijk is de transformatie ervan en de verwerkelijking van het Goddelijke op aarde. Deze school kent geen voorgeschreven technieken, rituelen enz. De beoefenaar dient zich enkel open te stellen voor de hogere Kracht die Sri Aurobindo benoemt met het begrip ‘De Moeder'. Belangrijke elementen in de yoga-praktijk zijn kuisheid en eenvoud, waarheidlievendheid en een diepgaande houding van sereniteit.

Andere

Andere belangrijke vertegenwoordigers zijn o.a. Swami Paramahansa Yogananda en Swami Sivananda. (Paramhamsa Yogananda heeft de Kriya yoga, dat een vorm van kundalini yoga is naar het Westen gebracht. Swami Sivananda heeft een integrale vorm van yoga, die alle strekkingen omvat, geformuleerd. De strekking is vedantisch.)

[1] Indelingen volgens:
G. Feuerstein, The Yoga Tradition , p.27-58.
J. Hewitt, Handboek yoga, p. 9-10

[2] G. Feuerstein, The Yoga Tradition, p. 333-340


Goede boeken over yoga

De meeste boeken die over yoga handelen zijn geschreven met het oog op de praktische toepassing ervan. Daarnaast zijn er ook boeken die over het theoretische aspect handelen en boeken die beide combineren. De boeken die hier zijn vermeld vertrekken vooral vanuit een theoretische invalshoek.

Bruijn, E., Tantra, yoga en meditatie. De Tibetaanse weg naar verlichting, Deventer, Ankh-Hermes, 1980.

Dit boek is interessant om een dieper inzicht te krijgen in de Tibetaanse yoga en meditatie in het algemeen en theorie en praktijk van de tantra in het bijzonder. De auteur verbleef in Tibet en ging in de leer bij Tibetaanse meesters. Hij besteed veel aandacht aan het unieke karakter van Tibet en geeft heel grondig de eigenheid van de Tibetaanse yoga weer. Het boek is ook rijkelijk geïllustreerd.

Dijkstra, J., Cantore, S., Zien door yoga. Patanyalayogadarsana. Vertaling en commentaar, Haarlem, De Toorts, 1980.

Dit boek is een vertaling van de yogasutra, het bekende werk van yoga dat wordt toegeschreven aan Patanjali. Het is een Nederlandse vertaling rechtstreeks uit het Sanskriet van de 195 aforismen uit de Yogasutra die inzicht geven in de zin en het doel van yoga.

Eliade, M., Yoga. Scholen, technieken en verschijningsvormen in hindoeïsme, boeddhisme en tantrisme, Amsterdam, Meulenhoff, 1980.

Dit boek beschrijft yoga en haar verschijningsvormen vooral vanuit een filosofisch standpunt en beschrijft zeer grondig de ideeën en inzichten die aan yoga ten grondslag liggen.

Feuerstein, G., The Yoga Tradition. Its History, Literature, Philosophy and Practice, Prescott, Arizona, Hohm Press, 1998.

Dit is een zeer compleet boek waarin alle aspecten van yoga maar ook de achtergrond en context ervan uitgebreid aan bod komen. De yoga-traditie van het hindoeïsme, boeddhisme, jainisme en sikhisme worden uitvoerig voorgesteld. Het gaat ook om een bijzonder mooie uitgave met tal van illustraties en passages uit relevante teksten.

Hewitt, J., Handboek yoga, Utrecht, Servire, 1996.

Dit boek vertrekt vanuit twee invalshoeken, een theoretische en praktische die enigszins in mekaar overvloeien. Het theoretische gedeelte is uitgebreid en beschrijft zeer grondig de geschiedenis, achtergrond en verschijningsvormen van yoga. Het praktische gedeelte richt zich vooral op de hatha-yoga en de houdingen en technieken worden heel aanschouwelijk voorgesteld.

Jacobsen, K. A. (ed.), Theory and Practice of Yoga, Leiden - Boston, Brill, 2005.

Dit boek is een verzameling essays waarvan het eerste een bondige inleiding in yoga is. De volgende essays gaan dieper in op specifieke thema's zoals de invloed van de klassieke yoga, yoga in het westen enz.

Jung, C.G., Westers bewustzijn en oosters inzicht. Wegen tot integratie - psychologie van de Koendalini Yoga - Indische heiligen - de I Tjing - Zen-Boeddhisme, Rotterdam, Lemniscaat, 1979.

Jung beschrijft op diepgaande wijze een aantal essentiële aspecten van de oosterse levensbeschouwing. Hij wijst op parallellen met het westerse denken en bespreekt het waardevolle van de oosterse ideeën en inzichten. Wat yoga betreft besteed hij veel aandacht aan de koendalini-yoga en haar psychologische diepgang.

Surendranath, D., A History of Indian Philosophy, 5 dln. Cambridge, Cambridge University Press, 1955.

Dit werk is een bijzonder diepgaande en gedetailleerde studie van de Indische filosofie. In deel 1 handelt hoofdstuk VII specifiek over yoga maar aangezien het fenomeen yoga zo sterk verweven is met de Indische filosofie(ën), religies en levensbeschouwingen komt het thema yoga in het hele werk regelmatig aan bod.

Worthington, V., A History of Yoga, London, Arkana, 1982.
Worthington, V., Aspecten van yoga. Geschiedenis van een eeuwenoude filosofie, Utrecht, Het Spectrum, 1990.

Dit compacte boek (en de Nederlandse vertaling ervan) behandelt yoga vanaf de eerste sporen tot en met haar verschijning in het westen. Ook wordt de ontwikkeling van yoga in andere levensbeschouwingen dan het hindoeïsme, zoals het boeddhisme en jainisme besproken. Verder wordt ook veel aandacht besteed aan de elementen en componenten die het fenomeen yoga vorm geven.